De Pommeroeulgangers waren de eersten die arriveerden. Er
was maar weinig wind en dus moesten de gevleugelde wonderdieren zelf werken om
in de lucht te blijven. Van de 150 Blauwbandduiven kreeg Johannes Pietersma de
snelste op de hokken terug. Zijn St.Quentin winnaar van vorige week, een
jaarling, had het compas nog steeds goed staan en streek om 15.04.49 over de
antenne. Het talent maakte een gemiddelde snelheid van 1468 meter per minuut en
bleef daarmee bijna 4 minuten de concurrentie voor. Pieter Pander vlagde de nummer
twee af. Om 15.08.10 uur knalde zijn 1e afgegeven favoriet over de antenne en maakte de zilveren afdruk
aan 1444 mpm. Ab de Jong werd de nummer drie door om 15.10.42 met een
tweejaarse te registreren uitkomend op 1429 mpm.
De Blois participanten moesten zich zien los te maken uit
het pakt dat verdeeld moest worden over alle provincies, waar ze normaal in een
provinciaal concours zitten, allen één kant op. Sjaak Buwalda had zijn hele
jaarlingenploeg van 61 stuks ingezet om ze te laten leren omgaan met dit soort
lossingen, met het oog op hun toekomstdoelen. Hij mocht de eerste vier
aankomsten van het lokale gebeuren, maar ook de drie eersten van het
concoursgebied zuidwesthoek registreren. Om 16.33.15 zette de eerste van drie
doffertjes zijn poot op de antenne, winnend aan 1284 meter per minuut, na een
race van 659 kilometer. Om 16.35.57
arriveerde de nummer twee, kort daarop gevolgd om 16.36.11 uur door hokgenoot
nummer drie, beiden uitkomend op 1277 mpm. Wietse Potijk pakte op plaats vijf
zijn eerste aankomende duif, en Henry Pander stond op plek 9.